donderdag 27 juni 2013

aforisme 882 2013


Wanneer hij steeds weer oog in oog komt te staan met een medemens laveert de mens tussen de verwondering over het ontelbaar unieke van het menselijke individu en de bedreigende ervaring van het zijn met vele gelijksoortigen. 
In zijn bestaan zoekt hij dus telkens weer een leefbaar compromis door verbanden te zoeken die en blijvend en veranderlijk zijn en waarbinnen zowel ruimte is voor de bescherming van het unieke als gelegenheid is de bedreiging door al die anderen tot voor hem aanvaardbare proporties terug te brengen. 
De tragiek van de westerse naoorlogse periode is dat de gedachte is gaan postvatten dat de burger wel zonder dergelijke schuilplaatsen kan. Die omissie levert vroeg of laat ofwel een onderlinge gewelddadige herschikking op van het leefbare evenwicht of zal leiden tot dictatoriale arrangementen waartegen in een later stadium dan ook weer verzet zal ontstaan. Die gewelddadige herschikking zal zeer waarschijnlijk langs overgebleven oude lijnen van verbondenheid verlopen terwijl dit met het verzet tegen het dictatoriale nog niet zo zeker is. Dat zal mede afhangen van de aard en intensiteit van de gegroeide onderlinge verdeeldheid. Of de westerse publieke ruimte weer een gewelddadige ruimte zal worden, zal afhangen van de beschikbaarheid van een geweldsinstrumentarium en van de popularisering van de techniek. Ook zal de westerse mens eerst het juk van zich moeten afschudden van de drogreden dat de publieke macht de gewenste en gedeelde macht van allen is. Dat heeft hem slap gemaakt. 

maandag 24 juni 2013

Ahmet in Allochtonia

De tekst Ahmet in Allochtonia bestaat momenteel uit 8 hoofdstukken. Het laatste hoofdstuk is op 24 juni 2013 toegevoegd. 
Waarschijnlijk komt er nog een afrondend hoofdstuk.

Ook ben ik voornemens een compact overzicht te schrijven van de gevolgen en facetten van de immigratiepolitiek sinds de jaren zestig van de vorige eeuw. Die schrijf ik als Nederlands staatsburger die geen onderzoekscommissie in zijn leven paraat heeft maar het moet stellen met de informatie die tot hem komt via de omringende werkelijkheid, via de media, via gesprekken en flarden van gesprekken.
Mijn eerste bewaarde knipsel over demografie en immigratie dateert van 1974, alhoewel ik me op jonge leeftijd al afvroeg wat de grenzen waren van een bevolkingsgroei.  Toendertijd was er van een expansieve doorgaande immigratiepolitiek nog geen sprake, ze was niet zo lang daarvoor begonnen met het binnenhalen van gastarbeiders  en vluchtelingen, alhoewel er als gevolg van het gebrek aan reflectie over de begrenzingen van de menselijke daadkracht die zich deels vertaalde in grote gezinnen, al een fundering voor is gelegd. Beide vraagstukken, demografie en immigratie horen tot op zekere hoogte dan ook bij elkaar. Zij geven beide de manier aan waarop mensen zich verhouden tot de gezamenlijke ruimte die zij delen. 
otto egberts