vrijdag 12 december 2014

Blog 30 Antwoord op reacties van twee teksten van 5 en 9 december 2014 op Facebook. De laatste ging over een link naar de Nationale – Opsporingslijst waarop enkel buitenlanders prijken.


Op 5 en 9 december heb ik twee teksten geplaatst waarop enkele reacties kwamen. Het waren er niet veel maar met weinig problemen is de aard ervan te extrapoleren. Ze horen thuis op het lijstje ‘veel gegeven antwoorden’. Zo verwees de link die ik ontving naar aanleiding van mijn link naar de Nationale-Opsporingslijst waarop louter buitenlanders vermeld staan, naar een film van Michael Mosley waarin hij liet zien hoe hij zonniger in het leven kon staan. Ik zou de aangevers van dergelijke adviezen aanraden zich eens te bezinnen op de zaak zelf of de zaken die ik aanhangig maak of die er spelen. Hier, in geval van beide teksten viel het me op, zoals overigens te doen gebruikelijk, dat niemand zich bezon op dit criminaliteitsprobleem. Of het moest Herman van den Boom zijn die stelde dat we naar de haaien gaan. Echter, criminaliteitscijfers staan, elk voor zich, voor traumatische gebeurtenissen en ze illustreren een verdere verloedering van de samenleving. Vergroting van de criminaliteit is slechts één van de gevolgen van de immigratiepolitiek zoals die vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw zijn beslag kreeg en tijdens welke burgers met slechte ervaringen en met legitieme kritiek op die politiek al in een vroeg stadium afgeserveerd zijn, in de eerste plaats door links Nederland. Maar ook Christenen kunnen er wat van en ik verwijt de VVD dat ze onvoldoende aan de bel getrokken heeft. Hetzelfde kan van de rest van de oude partijen gezegd worden. Hetzelfde tafereel biedt zich overigens in de ons omringende landen aan. Landen met hetzelfde soort democratieën.

Nee, in plaats van zich grondig te bezinnen op de problemen van deze politiek, voor en na de stichting van de EU, komt men met verwijten, ontkenningen of vragen en aanmaningen om Het Standpunt duidelijk te maken of om met Oplossingen te komen. Zoals ook nu weer. Ik vermoed overigens dat de intenties verschillen.

Goed: de Oplossingen. Komt als vermaning altijd weer voorbij. Wel, allereerst komt het mij voor dat ik niet verantwoordelijk ben voor ‘deze’ problemen. Dat zijn anderen, direct dan wel indirect, waaronder vermoedelijk ook respondenten op Facebook. Daarom horen zij daar eigenlijk hun tanden op stuk te bijten en niet ik. En trouwens, als ik dat al zou doen, voor wie zou ik dan Oplossingen moeten bieden? Nederland en Nederlanders zijn mij steeds vreemder en het is bepaald in vele opzichten ongeriefelijker geworden. Er blijven dus steeds minder mensen over die ik zou willen helpen iets op te lossen.

Dan het begrip Oplossing zelve. Ik moet hier trouwens meestal aan de vuile vaat denken. Aan de vaat en het wasmiddel, dat immers een oplosmiddel is. De vraag is derhalve: waar is welk vuil opgehoopt oftewel, over welk probleem of welke problemen spreken we? Op welk niveau bevinden ze zich en hoe zijn probleemgebieden met elkaar verbonden! Ik heb al eens eerder geschreven dat de idee van onbegrensheid en maakbaarheid de immigratiepolitiek mogelijk gemaakt hebben. Oplossingen zoeken houdt in de allereerste plaats in problemen en fricties op het spoor komen en die in al hun facetten proberen te doorgronden. Ik nodig een ieder uit die met het verwijt komt dat ik of een ander niet met Oplossingen komt zich eens na al die decennia zelf ernstig te beraden op het caleidoscopische karakter van het immigratievraagstuk en tegelijk eens te proberen oorzaken te betrekken op de gevolgen: op economisch, sociologisch dan wel filosofisch niveau. Maar ook op het niveau van natuur, energie, milieu en ruimte, de staatsbegroting of de criminaliteit waarvan nu hier die Opsporingslijst getoond wordt, die overigens het topje van de ijsberg is. Maak mij derhalve niet deelgenoot van de problemen waar u zelf op enigerlei wijze aan bijgedragen hebt. Informeer u zelf, denk zelf want het werkt immers ook zo dat wanneer ik iets ter berde breng (wat ik toch zal doen) u al snel verleid wordt dat op de een of andere manier te ontkennen. Zo gaat het namelijk meestal. Zo vergaat het ook nu Wilders waarop heerlijk geschoten kan worden zonder de achterliggende problemen in hun onderlinge samenhang aan het licht te brengen. Ik adviseer u: zie uw eigen arrogante en zelfvoldane houding onder ogen.

Hetzelfde geldt voor de vraag naar wat nu mijn standpunt is. Hier passen in wezen ook bovenstaande opmerkingen. Ik wilde als jongen in de politiek en een belangrijke reden was dat ik dacht in termen van (publieke) verantwoordelijkheid; verantwoordelijkheid in de eerste plaats voor de eigen bevolking en de eigen ruimte, dus dat betrof in de eerste plaats niet een vreemd soort wereldverantwoordelijkheid die elke vreemdeling inmiddels telkens weer het bijkans goddelijk recht in zijn schoot legt deze te komen opeisen. In de vorm van een plek, in klinkende munt of door middel van een Iphone. Dat is dus een recept voor zelfmoord. Ik heb dat al eens eerder geschreven en nu zie ik dat Eric Zemmour voor Frankrijk dezelfde bewoordingen gebruikt. En Thilo Sarrazin schreef over de afschaffing van Duitsland. Als we spreken over die beperkte verantwoordelijkheid, die zich niet perse van de rest van de wereld hoeft af te wenden, dan arriveren we bij termen als het gemeenschappelijke of het algemeen belang. De Westerse immigratiepolitiek zou ik niet perse willen scharen onder wat ik het algemeen belang noem, dat dus in de eerste plaats ten dienste staat van de bestaande eigen bevolking. Voor wie ben je anders bestuurder en publiek verantwoordelijke? Echter, je ziet juist bij de ‘immigratievoorstanders’ een grote onverschilligheid voor de problematische gevolgen van de immigratiepolitiek. Of op zijn hoogst een ’oplossingsgerichte’ schijnaandacht. Ik beschouw zelf die desinteresse als het gevolg van een consumentistische, individualistische of beter solipsistische houding als een groot inherent probleem. Mediteer daar eens over, zou ik willen aanraden.

Ik ben bezig met een aantal teksten over deze materie. De eerste behandelt onderliggende facetten van de immigratiekwestie zoals de fictie dat ‘het’ wel goed komt. Mensen als Pechtold vertonen overigens de hardnekkige neiging de immigratiekwestie te betitelen als integratiekwestie. Ook de taal is dus zo’n factor van belang die haast ongemerkt de geesten bezoedelt. De tweede tekst behelst een korte opsomming van de gevolgen van deze politiek. Een derde tekst zou moeten gaan over de vraag wat er nog gedaan kan worden en wat had behoren gedaan te zijn. Waarom hebben politici de verantwoordelijkheid jegens hun burgers min of meer verkwanseld? Je ziet nu weer precies hetzelfde gebeuren. Een burgemeester in Budel wil de wens van het machtige COA honoreren en stelt dat de gemeenteraad de afspiegeling van de bevolking is, dus zeuren moet ze niet, lijkt hij te zeggen. Eén van die burgers zegt vervolgens dat de meesten zeer ontstemd zijn en op de PVV stemmen. Nietzsche schijnt ooit gezegd te hebben dat de geschiedenis zich eerst als drama aandient en vervolgens als klucht. Ja misschien kunnen we inmiddels spreken van een droeve klucht waarin de lokale burger maar weer eens opgeofferd wordt. En weer. En weer… Hij moet niet zeuren. Hij moet dankbaar zijn. En hij is schuldig in het zicht van het gelaat van de vreemdeling, van alle migrerende vreemdelingen.


Maar nog maar eens een keer, niet alles is kommer en kwel wat buitenlandse mensen aangaat, maar dat is de kwestie niet. Maar daar zult u, eenmaal denkend, vast wel achterkomen. Verder kan men op mijn blog terecht; ook daar staat al voldoende geschreven. En nog maar eens: mediteren helpt problemen en vragen niet altijd de wereld uit. Was dit zo dan ging ik ogenblikkelijk overstag en op een matje zitten. Maar het is niet zo. 

Blog 29 Tekst op Facebook 5 december 2014



Onlangs bij een vriendenbezoek kwam de immigratiekwestie even ter sprake. De betreffende persoon raakte wat geïrriteerd toen ik erover begon maar vooral op mijn kritiek op de linkse politieke partijen. Ik heb er overigens zelf vroeger op gestemd. Ik stem nu niets meer; allang niet meer. Hou er eens over op, hoorde ik hem haast verzuchten. Je merkt dat wel meer bij linkse mensen; zij kunnen zich niet voorstellen dat er kritiek is op hun overtuigingen of politieke doelen. Je zag dat bijvoorbeeld ook bij iemand als Myrthe Hilkens van de PvdA die maar niet kon bevatten dat er mensen bestonden die niet de sociaal-democratie toegenegen waren. Wat zij echter in de eerste plaats niet begrijpen is dat er in een democratisch spel, ik noem het maar even zo, concurrerende visies en meningen zijn maar dat er ook een verschil is in de mate waarin men van een bepaalde kwestie doordrongen is, als ook in de mate waarin men erover reflecteert. Meningen zijn niet perse gedachten. Ook linkse meningen niet. Bovendien heeft Links inzake de immigratiekwestie een duidelijke rol waaraan nogal wat haken en ogen zitten. En die volgens mij niet afgedaan kunnen worden als zomaar wat futiele meningsverschillen. Er is namelijk soms sprake van een fundamenteel verschil van hoe men zich een samenleving voorstelt en hoe breed men daarover nadenkt of hoe open men zijn ogen heeft. En hoe men zich gewaar is van de verschillende gevolgen. En hoe men leert en evolueert. Van dat denken is mij de afgelopen halve eeuw niet zo veel bijgebleven. Van meet af aan was er een straffe en prekerige toon bij diegenen die het blijkbaar noodzakelijk vonden de immigratie hoe dan ook te verdedigen. En die toon was vooral te vinden bij wat voor Links doorgaat. Deels vreemd want er waren ook ondernemersbelangen in het spel. Pas veel en veel later na de jaren zestig, de chronologische bakermat van de immigratie hier te lande, zou Jeroen Dijsselbloem van de PvdA de VVD verwijten dat ook zij medeverantwoordelijk was. Het tijdstip van deze opmerking alleen al demonstreerde de armetierige reflectie over de massa-immigratie.

Maar daarnaast kwamen er bij dat bezoek weer een paar van de bekende clichés boven water. Zoals zijn reactie op mijn korte weergave van de feiten en van de problemen die verbonden zijn met de massa-immigratie, dat je het ook over ‘rechts’ moest hebben. Dat is zoiets als wanneer een kind die op zijn kop krijgt zegt ‘’ja, maar hij heeft het ook gedaan’’. Je hoort dit vaak en er volgt met zo’n reactie dan ook nooit een bezinning op de eigen daden of de daden die men via een politieke partij steunt. Nu ook niet, al is een gesprek daar niet direct geschikt voor.
Een ander cliché dat hij aanhaalde was dat ‘het’ slechts mijn mening betrof. Ook dit hoor je vaak. Echter, ik ben niet in de allereerste plaats in een mening of bewering geïnteresseerd maar eerder in een proces van waarnemen en denken en ik voel mij doordrongen van een zorg die voorkomt uit mijn idee van verantwoordelijkheid voor een land. Dat veronderstelt dus een zekere uitgebreidheid in formuleren en een mening is daar niet geschikt voor. Men geeft overigens zo goed als nooit aan wat mijn mening dan wel is, laat staan dat er dan ruimte gevonden wordt om hierover te denken of te spreken.
Hij zei ook met een vies gezicht dat die populistische partijen ‘protestpartijen’ waren. Ja natuurlijk protesteren ze ergens tegen, onder meer tegen ‘zijn’ geïrriteerde maar laconieke gebagatelliseer en ook tegen werkelijke bestaande situaties. Er bestaat namelijk nog zoiets als werkelijkheid. Natuurlijk, je mag hopen dat dergelijke protestpartijen zich ontwikkelen tot partijen met een levendige visie maar we moeten goed bedenken dat zo’n ‘visie’ een partij en haar leden en stemmers nog niet weerhoudt om domme dingen voor te staan.

Ik hoor natuurlijk wel meer van dergelijke dooddoeners. Zoals bijvoorbeeld “ Er zijn toch wel belangrijker problemen” of “ Het valt toch wel mee!” of “Je bent wel erg somber” of “ Hou toch eens op met die PVV-opmerkingen”.   Doodlopende stegen zijn dat soort opmerkingen. Het zijn mede dergelijke tekortschietende opmerkingen die mensen niet vergeten en die hen soms in de armen van andere partijen drijven. We kunnen dat in Europa zien. Geschiedenis wordt elke dag wel ergens opnieuw geboren.